Medewerkster Natuur en Landschap over de waterspitsmuis in Groengebied Amstelland

Publicatiedatum: 25 januari 2018

Op verschillende plaatsen, vooral in het westelijk deel van het Groengebied, zijn waterspitsmuizen aangetroffen.

Waterspitsmuis

De waterspitsmuis is de grootste spitsmuis van Europa, een watervlug diertje, dat steeds druk in de weer is om voldoende voedsel binnen te krijgen. Spits­muizen zijn geen knaagdieren, maar insecten­eters, net als egels en mollen. Dat is te zien aan hun spitse slurfachtige snuitje en kleine oogjes. Ze zijn (meestal) te herkennen aan hun tweekleurigheid, ze zijn grijszwart met een spierwitte buik. Er komen echter ook regelmatig melanistische dieren voor, die volledig zwart zijn. Aan de onderzijde van de staart en onder de tenen zitten stijve borstelharen.

Hun nest maken ze in verborgen holtes langs de oever. Ze jagen op zicht op kleine waterdiertjes, die ze op de oever opeten. Het speeksel van de waterspitsmuis bevat een giftige stof, die de meeste prooien verlamt. Bij de mens veroorzaakt een beet dan ook huidirritatie, die enkele dagen kan aanhouden.

 

De waterspitsmuis heeft, net zoals andere spitsmuizen, roodgekleurde tandpunten en dat is een van de kenmerken waaraan hun kaakjes in braakballen van kerkuilen te onderscheiden zijn. In Noord-Holland is een groep vrijwilligers actief die kerkuilenbraakballen uitpluist en zo de muizenstand in kaart brengt. Ook wordt hun aanwezigheid wel onderzocht met behulp van

inloopvallen, lokbuizen of met bewegingscamera’s. Omdat het een zenuwachtig beestje is dat weinig stress verdraagt, is het zaak om de vallen niet te lang te laten staan: dat kan dodelijk zijn voor de arme spitsmuizen. De nieuwste onderzoeksmethode is het analyseren van een watermonster op DNA van de waterspitsmuis (eDNA = environmental DNA onderzoek).

 

Waterspitsmuizen hebben het moeilijk in Nederland: ze behoren tot de zeldzame soorten, die de laatste 50 jaar ook nog eens sterk in aantal zijn afgenomen. De afname van het aantal waterspitsmuizen wekt geen verbazing, omdat ze voor hun leefwijze helder water nodig hebben en goed begroeide, rustige oevers. Dit maakt ze tot indicator van een goed (water)milieu. Groengebied Amstelland heeft de waterspitsmuis dan ook geselecteerd als voorkeurssoort voor het komende halfjaar. Hij is bovendien één van de doelsoorten voor de ecologische verbindingszone die van het IJmeer naar de Ronde Hoep en de Middelpolder loopt, de Natuurboog.

 

Op verschillende plaatsen, vooral in het westelijk deel van het Groengebied, zijn waterspitsmuizen aangetroffen. Langs de Amstel ter hoogte van de Ronde Hoep leven ze in de puinoevers. Ook in de Waver en zelfs in een rietland in Recreatiegebied Elsenhove zijn waterspits­muizen gevonden. De resultaten van een onderzoek dat op dit moment loopt, bij het Amsteleiland, zullen we hier opnemen zodra ze bekend zijn.

De KNNV Amsterdam houdt eenmaal per maand een pluisavond, waarop braakballen van kerkuilen worden onderzocht. Op 14 november 2017 werden de resten van twee waterspitsmuizen aangetroffen in braakballen uit de Bovenkerkerpolder.

 

Beheer

Over het beheer is eigenlijk heel weinig bekend. Het in stand houden, ontwikkelen of herstellen van biotopen waar de optimale omstandigheden voorkomen (rietkragen, rietland met heldere sloten, nat rietland en nat moerasbos) ligt als beheermaatregel voor de hand en dat is voor het Groengebied dan ook het streven. Deze maatregelen zijn ook positief voor de Roerdomp en andere moerasvogels.

 

Aan de hand van de beschrijvingen van de vindplaatsen van de diertjes kan een beter beeld gevormd worden van de omstandigheden waaraan ze in Amstelland gebonden zijn. Het Groengebied kan daar rekening mee houden.

 

Finette van der Heide

Medewerkster Natuur en Landschap

 

 


Meer nieuws